Vroeg in de ochtend was het water in ons showaquarium (4.000 liter inhoud) op de zeewaterafdeling van het ene op de andere moment troebel. Als eerste hebben we de werking van de eiwitafschuimers gecontroleerd, zijn de filterwatten ververst, de lichten gedimd en is de waterkwaliteit uitgebreid gecontroleerd. Niets van dit alles bleek de vertroebeling van het water te verklaren. Ondertussen nam het water een steeds meer een melkachtige kleur aan. Wat bleek, de turboslakken (Trochus histrio), waren de oorzaak. Stuk voor stuk stootten ze een melkachtige vloeistof uit. De hoogste tijd voor verdieping in het voortplantingsproces van deze grazers.

De Turboslak

Trochis histrio danken hun Nederlandse naam, Turboslak, aan het rappe tempo waarmee ze algen uit een zeeaquarium verwijderen. Dit doen ze met een radula, of rasptong, die vol kleine ‘tandjes’ zit. De grootte, vorm en volgorde van deze tandjes verschilt per slakkensoort. De radula is hiermee een goed determinatiemiddel om slakken van elkaar te onderscheiden.

Turboslakken dol op algen en relatief makkelijk houdbaar, sterk en vriendelijk naar andere rifbewoners . Dit maakt ze tot populaire en vaste leden van de schoonmaakploeg van een zeeaquarium. Ze hebben een piramidevormige schelp, die ze onder andere vormen uit calcium dat ze uit het aquariumwater onttrekken. Aan de voorzijde hebben ze twee lange tentakels waarop zich de ogen bevinden, de acht kleinere tentakels zijn voelsprieten om de directe omgeving te verkennen.

Turboslakken zijn niet gespecialiseerd in één soort alg, maar eten draadalgen, pluisalgen en silicaatwier; echte allround grazers dus. Hebben ze alle algen uit het aquarium verorberd, dan kan je ze bijvoeren met gedroogd zeewier. Dankzij hun geringe afmeting (tot ongeveer 4 cm Ø) blijft het risico dat ze koralen om bulldozeren beperkt. Wij adviseren ongeveer één turboslak per dertig liter aquariumwater te houden. Wen deze grazers wel langzaam over (ongeveer 15 minuten), ze zijn namelijk gevoelig voor veranderingen in het zoutgehalte. Pas ook op mijn kleine heremietkreeften, die kunnen  op zoek naar een nieuw huisje, de slakken uit hun schelp verwijderen.

In tegenstelling tot andere slaksoorten kunnen deze slakken zichzelf, nadat ze van de wanden zijn gevallen, rechtop plaatsen. Dit maakt de overlevingskans aanzienlijk groter. Bij de juiste waterkwaliteit (en geen gebruik van medicatie op koperbasis) kunnen ze tot wel 15 jaar oud worden.

Geslachtsonderscheid

Turboslakken planten zich geslachtelijk voort, er zijn dus mannetjes en vrouwtjes. Aangezien de geslachtsdelen zich in de schelp bevinden, is het (zonder de schelp te beschadigen) niet mogelijk het geslacht te bepalen. Tijdens de paai kan het geslacht worden bepaald. Het sperma dat de man produceert is namelijk fijner dan de eitjes die de vrouwen uitspuwen.